Hieronder lees je wat je leert in de verschillende modules.
Werken als doktersassistent
Je maakt kennis met het werkveld van de gezondheidszorg in het algemeen en de huisartsenpraktijk in het bijzonder. Zo leer je bijvoorbeeld over de organisatie van de gezondheidszorg, CANMEDS rollen, 1e lijns- en 2e lijnszorg, de artsenpraktijk (ook meerdere werkvelden zoals het ziekenhuis), het medisch dossier, begeleiding van patiënten, preventie zorg, ethisch en discreet handelen, voorlichting, voorlichtingsmateriaal en communicatiemiddelen.
Medische kennis en behandelmethoden
In deze module leer je de belangrijkste symptomen van ziektes kennen. Ook wordt ingegaan op behandelmethodes en (de werking van) geneesmiddelen. Bovendien is er aandacht voor instrumentenleer, de behandelruimte, het gebruik van apparatuur en voor hygiënisch en veilig werken.
Wet- en regelgeving
Je leert de belangrijkste regelgeving kennen waar je als doktersassistent mee te maken hebt. Belangrijke kennis om te kunnen werken binnen de kaders van de wet en volgens de geldende richtlijnen en protocollen. Zo leer je over:
- Wet BIG
- Privacy-wetgeving
- ADEPD, Richtlijn Adequate dossiervorming met het Elektronisch Patiëntendossier (NHG)
- WIP Richtlijnen (RIVM Werkgroep infectiepreventie)
- Meldcode huiselijk geweld
- Hygiëne, veiligheid en milieu
- Arbo
- Verzekeringen
Communicatie en sociale vaardigheden
Deze module brengt je de communicatietechnieken en –methoden bij die je nodig hebt in het werk als doktersassistent. Zo leer je bijvoorbeeld basis communicatievaardigheden (o.a. actief luisteren en LSD), sociale vaardigheden en verbale- en non-verbale communicatie. Verder leer je meer over gesprekstechnieken, de WHAM-methodiek, beroepsgeheim, feedback, diverse patiëntgroepen en conflicthantering.
Triage
Je leert in deze module wat triage is en welke triagesystemen er zijn. Daarnaast oefen je met het toepassen van triage om de zorgvraag vast te kunnen stellen en de vervolgstap te kunnen bepalen. Triage in de huisartsenpraktijk, de spoedeisende hulp of huisartsenpost is het bepalen van de urgentie van de zorgvraag en daardoor inschatten of en wanneer een patiënt gezien moet worden door een arts. De artsen denken in diagnoses, de triagisten denken in urgenties. Dit is een essentieel verschil.
Triage gaat ook over spoed, eenduidig en veilig werken (voor de hele spoedketen). Als er sprake is van een spoedeisende vraag, is het essentieel om de triage goed uit te voeren. In deze module leer je methodes die je kunnen helpen om de juiste inschatting te maken. Verder krijg je handvatten hoe de triagewijzer te gebruiken, ABCDE-denken, het denken in toestandsbeelden en de urgentieclassificaties.
Anatomie, fysiologie, pathologie
Deze module gaat in op de anatomische en fysiologische kenmerken van het menselijk lichaam. Je krijgt inzicht in de werking van het menselijk lichaam en leert de belangrijkste begrippen uit de pathologie (ziekteleer) kennen. Onderwerpen die aan bod komen, zijn o.a. het skelet, spieren en gewrichten, bloed en immunologie, circulatie, ademhaling, spijsvertering, het zenuwstelsel, het hormoonstelsel, het urogenitaal stelsel, de huid en zintuigen en keel, neus, oren en ogen.