Koppeling theorie en praktijk
De opleiding koppelt een uitgebreide schriftelijk-theoretische instructie, aangevuld met contactonderwijs aan een praktische leerperiode. Het begin van de opleiding legt een belangrijke basis die nodig is om het vak uit te kunnen oefenen. Ook in deze fase van de opleiding studeer je terwijl je werkt. Praktische leertijd en theoretische onderbouwing sluiten uitstekend op elkaar aan. In de eerste periode rond je je opleiding tot “algemeen hartfunctielaborant” af, waarna je je gaat specialiseren binnen een van de vier uitstroomrichtingen: Echocardiografie, Ambulante ECG-monitoring, Hartkatheterisatie of Cardio-implantaten. De specialisatie volg je in een ziekenhuis dat is geaccrediteerd voor de gekozen uitstroomrichting.
Contactonderwijs
Tijdens de opleidingen worden zes contactdagen georganiseerd. Tijdens deze dagen wordt onder andere aandacht besteed aan sociale vaardigheden, beroepshouding, patiëntenvoorlichting, werking van het hart, registratie van ECG's, ritmegeleidingsstoornissen, elektrocardiografie en ergometrie. Meer informatie over deze contactdagen vind je op LOI Campus.
Praktische opleiding
De opleiding bestaat, naast theorievakken, voor een groot deel uit het opdoen van praktijkervaring. Dit doe je aan de hand van de modules Praktijk, waarin praktische opdrachten zijn opgenomen, die je tijdens je werk dient uit te voeren. Je laat je begeleider op de werkvloer telkens meelezen met de afgeronde onderdelen voordat je ze instuurt naar de LOI. De gehele praktijkperiode rond je af met een praktijkexamen, dat wordt afgenomen in een ander opleidingsziekenhuis dan waar je werkzaam bent.
Meer informatie over het praktijkexamen vind je op LOI Campus.
Certificaat Praktijk
Als je een praktijkonderdeel (1, 2 of 3) hebt afgerond, ontvang je het certificaat Praktijk 1, 2 of 3. Je moet hiervoor alle praktijk- en reflectieopdrachten uit de betreffende praktijkmodule succesvol hebben afgerond.
Afstudeeropdracht en afstudeerzitting
Om de opleiding af te ronden werk je aan je afstudeeropdracht. Deze opdracht bestaat uit een onderzoek en rapportage. Tijdens de afstudeerzitting komen de afstudeeropdracht en de competentieontwikkeling (die je gedurende de opleiding hebt vastgelegd tijdens de modules Praktijk I, II en III) aan de orde.