Meer over de inhoud
Meer over Microsoft Office - Basis
Het basisdeel is opgebouwd uit de onderstaande modules:
Computervaardigheden
In de module Computervaardigheden leer je de basisprincipes van digitale technologie en hoe deze in het dagelijks en professioneel leven worden toegepast. Je onthoudt de werking van computers, software, besturingssystemen en netwerken. Daarnaast begrijpt je hoe digitale toepassingen, online veiligheid en privacy werken en wat de impact is van sociale media en informatiebronnen op het internet.
Microsoft Word
Na afloop van dit deel kun je:
- documenten maken, openen en opslaan.
- schakelen tussen geopende documenten.
- ingebouwde opties zoals de Help-functie gebruiken.
- tekst invoeren en verwijderen.
- tekst selecteren, knippen en kopiëren.
- een eenvoudige opmaak toepassen.
- tekenopmaak en alinea-opmaak toepassen.
- opmaakprofielen gebruiken en een eenvoudige inhoudsopgave invoegen.
- tabellen, afbeeldingen, grafieken, diagrammen en getekende objecten invoegen.
- documenten voorbereiden voor samenvoegbewerkingen.
- pagina-instellingen wijzigen.
- tekst zoeken en vervangen.
- een spellingscontrole uitvoeren.
- documenten opslaan in verschillende bestandsindelingen.
- sjablonen maken en gebruiken.
- basisopties/-voorkeuren instellen.
Microsoft Excel
Na afronding van deze module kun je:
- met spreadsheets werken en deze opslaan in verschillende bestandsindelingen.
- ingebouwde opties zoals de Help-functie van het programma gebruiken.
- gegevens invoeren in een cel en best practice hanteren bij het maken van lijsten.
- rijen en kolommen bewerken in een werkblad.
- wiskundige en logische formules hanteren waarbij standaardtoepassingen van de spreadsheet en best practice worden gebruikt.
- best practice hanteren bij het maken van formules en foutwaarden herkennen in formules.
- getallen en tekst opmaken in een spreadsheet.
- grafieken kiezen, maken en opmaken.
- pagina-instellingen van een spreadsheet wijzigen.
- geavanceerde opmaakopties toepassen.
- functies gebruiken die gekoppeld zijn aan logische, statistische, financiële en wiskundige bewerkingen.
- grafieken maken en geavanceerde functies voor grafiekopmaak toepassen.
- werken met tabellen en lijsten om gegevens te analyseren, filteren en sorteren.
- scenario’s maken en gebruiken.
- spreadsheetgegevens valideren en controleren.
- de productiviteit verbeteren door te werken met benoemde celbereiken, macro’s en sjablonen.
- de functies koppelen, insluiten en importeren gebruiken om gegevens te integreren.
- samenwerken aan spreadsheets en spreadsheets beoordelen.
- beveiligingsvoorzieningen voor spreadsheets toepassen.
Microsoft PowerPoint
Na afloop kun je:
- werken met presentaties en deze opslaan.
- verschillende presentatieweergave-mogelijkheden gebruiken.
- ingebouwde opties zoals de Help-functie van het programma gebruiken om de productiviteit te verhogen.
- verschillende indelingen en ontwerpen gebruiken.
- tekst invoeren, bewerken en opmaken in een presentatie.
- een thema toepassen op een presentatie.
- grafieken kiezen, maken en opmaken.
- foto’s, afbeeldingen en getekende objecten invoegen en bewerken.
- animaties en overgangseffecten toepassen.
- een grafisch object invoegen en verwijderen in een diamodel.
- voetteksten invoeren in dia’s.
- de diapresentatie afdrukken.
- een presentatie opslaan als ander bestandstype.
- gebruikersvoorkeuren instellen in het programma.
Meer over Microsoft Office - Gevorderd
Het gevorderdendeel omvat de onderstaande modules:
Microsoft Word Gevorderd
Je leert op een geavanceerd niveau werken met Word. Na afronding van deze module kun je:
- documenten opslaan in verschillende bestandsindelingen.
- ingebouwde opties gebruiken om je productiviteit te verhogen.
- werken met opmaakprofielen en opmaakfuncties.
- tabellen, afbeeldingen en getekende afbeeldingen invoegen.
- documenten voorbereiden voor samenvoegbewerkingen.
- pagina-instellingen wijzigen en spellingcontrole uitvoeren.
- geavanceerde opmaak toepassen op teksten, alinea’s, kolommen en tabellen.
- werken met verwijzingsfuncties en kruisverwijzingen maken.
- je productiviteit verhogen door gebruik te maken van velden, formulieren en sjablonen.
- geavanceerde samenvoegtechnieken toepassen en werken met automatiseringsfuncties (zoals macro’s).
- de functies koppelen en insluiten gebruiken om gegevens te integreren.
- samenwerken aan documenten en beveiligingsvoorzieningen gebruiken.
- werken met watermerken, secties, kop- en voetteksten.
Microsoft Excel Gevorderd
Je leert alle geavanceerde functies van Microsoft Excel kennen en gebruiken. Na afronding van deze module kun je:
- spreadsheets opslaan in verschillende bestandsindelingen.
- ingebouwde opties gebruiken om je productiviteit te verhogen.
- gegevens invoeren in een cel en lijsten maken.
- rijen en kolommen bewerken in een werkblad.
- gebruikmaken van wiskundige en logische formules.
- formules hanteren en foutwaardes herkennen bij formules./li>
- getallen en tekst opmaken in een spreadsheet.
- grafieken kiezen, maken en opmaken.
- pagina-instellingen van een spreadsheet wijzigen.
- de inhoud van een spreadsheet controleren en corrigeren.
- geavanceerde opmaakopties toepassen.
- functies gebruiken die gekoppeld zijn aan logische, statistische, financiële en wiskundige bewerkingen.
- werken met geavanceerde functies voor het opmaken van grafieken.
- werken met tabellen en lijsten om gegevens te analyseren, filteren en sorteren.
- scenario’s maken en gebruiken.
- spreadsheetgegevens valideren en controleren.
- werken met benoemde celbereiken, macro’s en sjablonen.
- functies koppelen, insluiten en importeren.
- samenwerken aan spreadsheets en werken met beveiligingsvoorzieningen.
Microsoft PowerPoint Gevorderd
Na afronding van deze module kun je:
- presentaties opslaan in verschillende bestandsindelingen.
- verschillende indelingen en ontwerpen voor dia’s kiezen.
- tekst invoeren, bewerken en opmaken binnen een presentatie.
- grafieken kiezen, maken en opmaken om informatie te presenteren.
- foto’s, afbeeldingen en getekende objecten invoegen en bewerken.
- werken met animaties en overgangstoepassingen.
- sjablonen maken en aanpassen.
- werken met ingebouwde tekenhulpmiddelen en hulpprogramma’s voor het bewerken van afbeeldingen.
- geavanceerde functies voor grafiekopmaak toepassen.
- diagrammen maken en bewerken.
- video’s en geluid invoegen.
- ingebouwde animatiefuncties toepassen.
- de functies koppelen, insluiten, importeren en exporteren gebruiken om gegevens te integreren.
- werken met aangepaste diavoorstellingen.