Toon 0 resultaten



Common European Framework of Reference (CEFR)

De LOI biedt taalcursussen die voldoen aan de kwalificaties van het Europees Referentiekader (ERK) of in het Engels: Common European Framework of Reference (kortweg CEFR of CEF). Zo is zowel voor jou als voor je werkgever meteen duidelijk op welk niveau je de taal beheerst.

Het Referentiekader beschrijft een Europese schaal van taalvaardigheid in zes niveaus voor de beheersing van diverse vaardigheden, zoals luisteren, spreken en schrijven. Er zijn drie niveaus (A, B en C) en ieder niveau is weer onderverdeeld in twee subniveaus (1 en 2).

  • Niveau A: basisgebruiker (beginner)
  • Niveau B: zelfstandige gebruiker (gevorderd)
  • Niveau C: vaardige gebruiker (zeer gevorderd)

De LOI biedt zeer gedegen taalcursussen met professionele begeleiding, die opleiden tot deze niveaus. Met een beginnerscursus van de LOI behaal je al niveau B1.

Common European Framework of Reference
Over het Europees referentiekader

Het Europees referentiekader (ERK) (ook wel: het Common European Framework of Reference (CEFR) is ontwikkeld onder auspiciën van de Raad van Europa met als doel de beschrijving van taalvaardigheidniveaus voor de verschillende Europese talen te standaardiseren. Steeds meer taalinstituten gebruiken dit referentiekader om het niveau van de cursussen aan te geven. De niveaus van het referentiekader zijn ook steeds vaker op certificaten en diploma's aan te treffen.

De niveaus worden beschreven aan de hand van zogenaamde ‘can do statements’. Voor ieder niveau wordt per vaardigheid (spreken, luisteren etc.) aangegeven waartoe men in staat is. Het referentiekader is zeer uitgebreid. Naast niveauschalen voor de vier algemene vaardigheden (spreken, luisteren, schrijven en lezen) zijn er diverse schalen voor zeer specifieke vaardigheden, bijvoorbeeld uitspraak of het houden van presentaties.

In veel gevallen bevindt een taalgebruiker zich niet wat betreft alle vaardigheden op het zelfde niveau. Veel Nederlanders kunnen bijvoorbeeld teksten in het Duits of gesproken taal redelijk goed begrijpen (niveau B1 of B2) maar hebben veel moeite met spreken en schrijven (niveau A1 of A2).

A1 beginners

Je kunt zinnen en veelvoorkomende woorden begrijpen die betrekking hebben op zaken van direct persoonlijk belang. Bijvoorbeeld op jezelf, je familie, winkelen, plaatselijke omgeving of werk. Ook kun je zeer korte eenvoudige teksten lezen en eenvoudige zinnen en uitdrukkingen gebruiken. Je kunt korte sociale gesprekken voeren en een eenvoudige notitie of persoonlijke brief schrijven.

B1 halfgevorderden

Je kunt de hoofdpunten begrijpen wanneer wordt gesproken over vertrouwde zaken die je regelmatig tegenkomt. Ook kun je teksten begrijpen die zijn opgesteld in alledaagse taal. Bij het spreken kun je ervaringen en gebeurtenissen beschrijven of bijvoorbeeld het plot van een boek of film vertellen. Ook kun je onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over vertrouwde of alledaagse onderwerpen. Bovendien kun je een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen.

B2 gevorderden

Je kunt de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Je kunt zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is, zonder dat dit voor een van de partijen inspanningen met zich meebrengt. Je kunt duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; bijvoorbeeld een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

C1 vergevorderden

Je kunt een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten begrijpen en de impliciete betekenis herkennen. Je kunt jezelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Je kunt flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Je kunt een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruik maken van organisatorische structuren en verbindingswoorden.

C2 (bijna) moedertaal

Je kunt vrijwel alles wat je hoort of leest gemakkelijk begrijpen. Je kunt informatie die afkomstig is van verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenteren, reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen. Je kunt jezelf spontaan, vloeiend en precies uitdrukken en hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties onderscheiden. Dit is het taalniveau van een hoog opgeleide near-native speaker. (In het Europees Referentiekader wordt dit niveau niet verder uitgewerkt.)

Twijfel over je startniveau? Dialang biedt uitkomst.

Met Europese steun is er een toetsprogramma ontwikkeld waarmee je je eigen taalvaardigheidsniveau in een groot aantal Europese talen kan vaststellen. Bijvoorbeeld als je wilt weten of je taalvaardigheidsniveau in het Engels voldoende is om aan bepaalde eisen te voldoen voor universitaire studies. Daar wordt verwacht dat discussies en correspondenties in het Engels plaats vinden en werkstukken of scripties in het Engels geschreven worden. Dit programma is voor iedereen beschikbaar en kan hier worden gedownload.