Toon 0 resultaten

In elke editie een scherpe column van Jeroen Riemeijer

”Je hoort het vast wel eens om je heen: ”mijn werk is mijn hobby”. Eerlijk gezegd ben ik ook wel iemand die zijn hobby uitoefent. Waar ik echt van kan genieten, is jongelui interviewen. Van die jonge slimmeriken die zich een dag lang vrijwillig onderwerpen aan een spervuur van vragen en opdrachten, met de ultieme wens te worden geselecteerd voor een baan en sloten geld te gaan verdienen. Op zo’n dag lunchen we ook altijd gezellig samen: de vier assessoren en de zes kandidaten. De jongelui kunnen dan even op adem komen na al het verbale geweld en tegelijkertijd een heerlijk broodje door hun gortdroge strot persen. Energie verzamelend voor de middagsessie. Tijdens de lunch mag ik dan graag vragen hoe het ze vergaat, maar meestal retourneren ze die vraag met een kwinkslag. ”Doet u dit werk vaak en vrijwillig?” en ”vindt u dit nou ècht leuk?” komen regelmatig voor, met een blik in hun ogen die mij doet vermoeden dat er enigszins wordt getwijfeld aan mijn verstandelijke vermogens. Hoe kun je dit nou leuk vinden? Maar ik vind het een enorm leuke klus. De echte talenten openbaren zich wel tijdens zo’n dag. Die bedenken in no time en zonder enige moeite de meest fantastische oplossingen voor de uiteenlopende business cases. Dat is leuk, maar wat mij meer voldoening geeft, is de sollicitant die net niet een voldoende scoort en waarin ik toch een supertalent denk waar te nemen. Ik zie het dan als mijn schone taak om, bij wijze van spreken, een reddingsboei te werpen om hem of haar over de streep te trekken. Je mag geen woorden in de mond leggen en je mag de zwetende sollicitant natuurlijk ook niet echt helpen, maar oh, wat vind ik dat moeilijk. Laatst nog zat er een zeer goedgebekte meid tegenover me. Ze deed het prima, maar ze zag dat ene belangrijke aspect over het hoofd. Wat ik ook deed, ze pakte het niet op. Zo jammer. Op zo’n dag gaat deze hobbyist dan toch naar huis met een kleine kater.”

Jeroen Riemeijer, HR Manager bij Shell