Toon 0 resultaten


Het belletje gaat bij steeds meer mensen rinkelen: veel beroepen lopen gevaar door de opmars van de robot. Zo verdwenen tussen 2008 en 2013 veel administratieve beroepen door automatisering. Dat meldde de Volkskrant eind 2014 op basis van een analyse van cijfers van het CBS en een universitaire studie naar robotisering (zie kader 1). Diezelfde krant schreef ook dat 40% van de banen in Nederland op de tocht staat vanwege de opkomst van de robot.

Reden tot paniek? Die berichten moeten we niet te letterlijk nemen, vinden deskundigen. “Er zit nog een heleboel tussen wat mogelijk is en wat gaat gebeuren”, zegt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. “Dat we aan het begin van een aanzienlijke verandering staan, staat buiten kijf. Maar dat betekent niet meteen dat straks bijna de helft van de mensen werkloos thuis zit. ”Bovendien, een gewaarschuwd mens telt voor twee. “Je kunt je blindstaren op die 40%”, zegt futurist Marcel Bullinga van FutureCheck. “Maar je kunt je ook focussen op die 60%. Dáár zitten namelijk de banen van de toekomst in.”

Kennis in app stoppen

Mensen die administratief, routinematig, controlerend of gevaarlijk werk doen, lopen volgens Bullinga het meeste risico dat hun baan wordt geautomatiseerd. “De kennis die nu in de hoofden van die mensen zit, zetten we straks in een app. Als alles in software is gestopt, hoef je alleen maar een aantal vragen te beantwoorden en verschijnt er zo advies op maat op je scherm.” Een hypotheekadviseur, om maar een voorbeeld te noemen, hoeft dan misschien geen cliënten meer te ontvangen. Maar zo’n app moet ook worden ontwikkeld, van de juiste informatie worden voorzien en up-to-date worden gehouden. Daar heb je iemand met verstand van zaken voor nodig. Bullinga: “Elke robotbaan creëert weer drie mensenbanen.” Of neem een docent vreemde talen of een tolk. Volgens Bullinga horen we straks realtime vertalingen in onze oren als we communiceren met anderstaligen. Kun je als je van die talenkennis je beroep hebt gemaakt wel inpakken? Nee hoor, stelt de futurist gerust. Als bepaalde taken verdwijnen, moet je volgens hem simpelweg een andere invulling geven aan je functie. “Mensen in die branche kunnen zich bijvoorbeeld beter specialiseren in hoe je moet ondernemen in die cultuur. Je moet je werk 2.0 maken!”

Superprofessional

De huisarts is volgens futurist Bullinga een goed voorbeeld van een beroep dat naar een 2.0-versie gaat. “De tijd dat we alleen op het verhaal van de dokter afgingen, is voorbij. Wij leken hebben steeds meer professionele kennis, omdat we de informatie op een schermpje kunnen lezen. En die informatie kunnen we steeds meer verifiëren. Maar de huisarts blijft nodig om een diagnose te bevestigen of patiënten door te verwijzen. En vlak de warmte en menselijkheid niet uit; die eigenschappen kun je niet van een robot verwachten.” Hij ziet robots dan ook vooral als een aanvulling. “Het begrip robots moet je breder zien. Als een hulpje dat ons bij veel verschillende taken kan ondersteunen. Ook een 3D-printer of een drone is een robot, net zoals ons huis en auto dat kunnen zijn. Ze zijn allemaal bedoeld om mensen in hun werk te ondersteunen, zodat zij van professional een superprofessional worden.” Wie zo’n superprofessional wil worden, moet flexibel en proactief zijn, denkt Plantenga. “Het gaat om de houding die je aanneemt”, zegt de hoogleraar. “Ben je bereid om mee te bewegen en kansen te zien? Sta je open voor scholing? Mensen moeten opnieuw toegang vinden tot de arbeidsmarkt. Zorgen dat ze iets doen waardoor ze weer vijf jaar mee kunnen.” ”Het gaat om de houding die je aanneemt”

Juiste richting

De hoogleraar denkt dat in de toekomst een nog groter appèl wordt gedaan op werknemers om te veranderen. “Als werkgever en werknemer allebei insteken op een dienstverband van hooguit vijf jaar heeft dat natuurlijk wel consequenties”, legt ze uit. “Beiden gaan misschien minder investeren in elkaar. Terwijl het juist zo belangrijk is om te blijven leren. Mensen moeten de kans krijgen om in hun ontwikkeling te investeren. Hier ligt een taak voor de overheid, die hen moet helpen naar een nieuwe positie op de arbeidsmarkt door mogelijkheden voor scholing te bieden.” Het hele idee van studeren, je laten inlijven door een werkgever en vervolgens tot je pensioen binnen hetzelfde bedrijf werken, wordt anno 2015 al als behoorlijk ouderwets gezien. Volgens Plantenga moeten we onze carrière meer zien als een portfolio dat we gedurende ons werkende leven opbouwen, dankzij werkervaring en scholing. “Daarom moet je investeren in nieuwe vaardigheden en kansen met beide handen aanpakken.”

Carrièreswitch

Maar hoe zorg je er nu voor dat je weet welke kant je op moet en of dat wel de juiste richting is? “Volg het nieuws, houd je (digitale) vakliteratuur bij en kaart in een jaarlijks gesprek met je werkgever aan wat je toekomstplannen zijn”, adviseert Plantenga. “Heb je het gevoel dat dit ‘m niet wordt over tien jaar? Denk dan serieus na over een carrièreswitch. Wacht in elk geval niet tot het te laat is.” Bullinga tipt: “Maak eens foto’s van dingen die betrekking hebben op je werk – apparaten, mensen, gebouwen et cetera – en verdeel ze onder in wat jij denkt dat blijft en wat verdwijnt. Bedenk voor die laatste categorie wat dat voor gevolgen heeft voor jouw werk. Praat met gelijkgestemden of juist met jongeren, volg een training en ga erop uit. Kijk nu al naar wat jij kunt doen om jezelf, je bedrijf of de organisatie waarvoor je werkt futureproof te maken.” Heb je een vraag aan Marcel Bullinga over de toekomst van werk en onderwijs? Je kunt ze op Twitter stellen via @futurecheck.

‘Up-to-date blijven en netwerken’

Germaine Dupont verruilde haar baan als tandartsassistente voor haar eigen pr- en marketingbureau House of Social Concepts. Sinds kort heeft ze er een nieuw bedrijf bij, Blogger Media, waarvoor ze bloggers en bedrijven matcht.

“Ik werk online, ik lees en zie alles. Als er iets nieuws voorbij komt, wil ik daarop inspelen. Zo zijn mijn bedrijven ontstaan. Met HOSC richt ik me vooral op hoe klanten social media kunnen gebruiken en het inzetten van bloggers zie ik als een nieuwe vorm van marketing.”

Ze heeft een neus voor nieuwe ontwikkelingen. Zelf denkt ze dat haar succes mede te danken is aan dat ze kansen grijpt. “Zo heb ik me meteen aangemeld toen ik las over een coachingstraject dat werd opgezet vanuit het Ministerie van Economische Zaken. Daar heb ik veel aan gehad.”

Ze is naar eigen zeggen continu aan het kijken hoe ze haar bedrijven verder kan laten groeien in een wereld die zo snel verandert. “Door up-to-date te blijven, maar ook door open te staan voor nieuwe mensen. Netwerken is voor mij een belangrijk onderdeel van mijn werk. Ik help ook graag andere ondernemers. Op een of andere manier krijg je daar wel weer iets voor terug.”