Toon 0 resultaten

  
Beginnen als kapper en je loopbaan eindigen als wijkverpleegkundige. Zo’n soort carrièrepad wordt steeds normaler. Je hele leven in één sector werken is niet meer van deze tijd. Het verschil tussen loondienst en lossere arbeidsrelaties wordt ook vager. Als je je kennis en vaardigheden op peil houdt, hoef je niet bang te zijn dat je buiten de boot valt.

Wie kijkt naar grafieken met de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking ziet dat de lijntjes na 2011 een knak maken. Vanaf dat moment raakt de vergrijzing - verzilvering volgens optimisten - in een stroomversnelling. Nu staan tegenover iedere 65-plusser vier werkenden. Over dertig jaar zijn dat er nog maar twee. In 2040 stabiliseert de situatie. Er is weinig fantasie voor nodig om te voorspellen dat de daling van de beroepsbevolking (iedereen tussen de 20 en 65 jaar) de komende decennia de arbeidsmarkt flink onder druk zet. De verschillen tussen sectoren versterken deze trend. Het aantal werkenden daalt rap, terwijl de vraag naar werknemers in sectoren als de zorg, ICT en horeca juist toeneemt. Meer ouderen betekent niet alleen meer mensen met gezondheidsklachten, maar ook meer gepensioneerden die na een fietstocht je op een terrasje willen neerstrijken. En als de cv-ketel hapert, willen ze graag snel een monteur op de stoep.

Koekjes

”Bij de arbeidsmarkt is het net als bij andere markten een kwestie van vraag en aanbod. Het grote verschil met de markt voor koekjes is dat je menselijk kapitaal niet op voorraad kunt houden”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. ”Bovendien beschikken mensen, in tegenstelling tot koekjes, over een eigen wil.”

Die vrije wil is een van de oorzaken dat vraag en aanbod al jaren en waarschijnlijk ook in de toekomst niet perfect op elkaar aansluiten. ”Studenten kiezen voor ogenschijnlijk aantrekkelijke studies zoals sportmanagement. Je kunt nu al voorspellen dat de meeste afgestudeerden in dat soort studierichtingen niet de baan van hun dromen vinden”, aldus Wilthagen.

Ze gaan wel aan de slag, maar komen uiteindelijk in andere sectoren terecht, zoals de uitzendbranche. ”Die omschakeling is een vorm van kapitaalvernietiging”, zegt Wilthagen.

Pretstudies

De mis match, de gebrekkige afstemming tussen vraag en aanbod, wordt in de hand gewerkt door onderwijsinstellingen die op jacht zijn naar leerlingen. Ze worden immers gestimuleerd meer studenten te lokken. ”Vandaar dat ze met studierichtingen komen die populair zijn bij jongeren. De scholen weten dat veel van die studenten geen werk krijgen in hun eigen richting”, zegt de hoogleraar. Toch blijven ze deze pretstudies aanbieden. Hoe meer studenten, hoe groter het budget. Wilthagen verwacht dat de toenemende krapte op de arbeidsmarkt scholen en bedrijven dwingt inniger met elkaar samen te werken. Nederland kan zich dit soort fricties op de arbeidsmarkt domweg niet veroorloven.

Een goed functionerende arbeidsmarkt is de achilleshiel van Nederland en de Europese Unie in de toekomst, is de stellige overtuiging van de hoogleraar die onder meer betrokken is bij het opstellen van een rapport voor de Sociaaleconomische Raad (SER) over de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Krimpende sectoren

Arjan Heyma, arbeidsmarktexpert bij onderzoeksinstituut SEO Economisch Onderzoek, verwacht dat de tekorten meevallen. ”Er wordt heel gemakkelijk geroepen dat er tekorten komen. Maar de komende tien jaar zijn die tekorten niet spectaculair, omdat de economische groei minder is dan voorheen”, zegt Heyma. ”Meestal worden tekorten opgelost door veranderingen op een bepaalde markt. Zo is de arbeidsmarkt voor hooggeschoolde technici internationaler geworden. Ook hebben bedrijven arbeidsintensieve activiteiten verplaatst naar andere landen”, stelt Heyma. In bepaalde gevallen draagt de uitstroom van oudere werknemers juist bij aan technologische vernieuwing. ”Bij ons is de bibliothecaris met pensioen gegaan. Die wordt niet vervangen. In plaats daarvan hebben we ICT’ers die zorgen dat de onderzoekers zelf informatie kunnen vinden”, zegt Heyma. Toch verwacht hij wel ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt omdat bepaalde sectoren krimpen en andere groeien.

Overstappers

Overstappen van de ene sector naar de andere vraagt om een andere inrichting van de markt voor scholing. Nu zijn opleidingen veelal per bedrijfstak geregeld. Ze worden bekostigd uit scholingsfondsen waar werkgevers en werknemers aan bijdragen. Heyma: ”Die fondsen werken niet optimaal. Ze betalen niet snel een opleiding voor iemand die in een andere branche wil werken, terwijl dat juist nodig is.” Heyma en Wilthagen pleiten daarom voor een overkoepelend fonds dat overstappers financiële rugdekking geeft.

Ander probleem met huidige fondsen is dat los-vast werknemers geen aanspraak kunnen maken op de faciliteiten. ”Ook die flexwerkers moeten in staat worden gesteld zich te laten bij- of omscholen”, meent Wilthagen. ”Dat kan de overheid fiscaal ondersteunen.

Trends

Een terugkerende klacht van werkgevers is dat het onderwijs onvoldoende rekening houdt met de wensen van het bedrijfs­leven. ”Dat speelt al jaren en beide partijen moeten een stap zetten. Bedrijven moeten actiever worden in scholen en andersom”, meent Wilthagen.

”Deels is het niet op te lossen”, zegt Heyma. ”Ondernemingen lopen per definitie voor op het onderwijs. Het kost altijd tijd het onderwijs aan te passen aan veranderingen in het bedrijfsleven.” Veel heil wordt verwacht van een regionale aanpak. Zo heeft SEO onlangs een studie gedaan naar de trends op de arbeidsmarkt in Noord-Holland. ”Dit soort zaken kun je het best regionaal aanpakken. Bedrijven weten wat voor soort mensen ze de komende tijd nodig hebben en scholen in de buurt kunnen daar op inspelen. Dat vergt nog wel veel inspanning. In de regio Eindhoven/Helmond zijn ze goed op streek met deze aanpak”, aldus Wilthagen. Er worden op basisscholen bijvoorbeeld al grootscheepse campagnes gevoerd om leerlingen te verleiden te kiezen voor technische studies. Verder hebben onderwijs en bedrijfsleven de manier waarop ze competenties omschrijven op elkaar afgestemd. De ROC’s in de regio worden bedrijfsscholen nieuwe stijl. Niet alleen van Philips zoals dat vroeger was georganiseerd, maar van een cluster ondernemingen uit een bepaalde sector.

Praktijkervaring

Wilthagen hoopt dat het gebrek aan goed geschoolde werknemers ondernemers en onderwijsinstellingen dwingt dichter tegen elkaar aan te kruipen. ”Het begint al met de locatie. Waarom staan er geen scholen op bedrijventerreinen?” zegt Wilthagen. ”Jongeren moeten meer de mogelijkheid krijgen te snuffelen bij ondernemingen.” Aan de andere kant is het van belang dat docenten met praktijkervaring vaker lessen geven. Econoom Heyma is hoopvol over de aansluiting van het vervolgonderwijs op de behoeftes van de werkgever. ”Als er personeelstekorten zijn, investeren bedrijven eerder in hun mensen. Ze willen betalen voor passende deeltijdopleidingen. In ruil daarvoor willen ze wel dat die werknemers zich binden aan het bedrijf. Ze hebben geen zin iemand op te leiden die vervolgens naar de concurrent vertrekt.”

Arbeidseconomen verwachten dat arbeidsrelaties losser worden. ”Nu is het al zo dat een op de drie werknemers een flexwerker is”, zegt Wilthagen. Achter deze term gaat een bonte verzameling werkenden schuil, van eenmanszaken tot seizoenarbeiders en van tandartsen tot postbezorgers.

”Als de relatie met de werkgever losser wordt, worden werknemers zich bewuster van het belang hun werkzekerheid zelf te organiseren”, zegt Wilthagen. ”Dat vraagt om een ondernemende houding. Je menselijk kapitaal is de sleutel. Daarmee verdien je immers je inkomen.”