Toon 0 resultaten

 
Werken om te leven of leven om te werken? Het is een bekend dilemma. De een vindt een hoog salaris belangrijker dan het werkplezier, de ander is bereid om voor een hongerloontje een levensmissie te vervullen. Hoe de verhouding is tussen salaris en werkplezier is voor iedereen verschillend. Door de economische crisis is het minder vanzelfsprekend geworden dat we de komende jaren meer gaan verdienen. Hoe erg dat is, hangt af van je eigen instelling.

Olivier van Zilt* (35) werkt bij een grote bank en nam tijdens zijn loopbaan tot nu toe bewust stappen om steeds weer een baan te krijgen met een hoger salaris. ”Ik ben om de paar jaar van afdeling geswitcht om hogerop te komen en meer te verdienen”, vertelt hij. ”Deze baan zou ik niet zo snel doen als ik het salaris niet belangrijk zou vinden. Als mijn salaris nu wegvalt, heb ik een groot probleem, omdat ik een gezin en hypotheek heb. Mijn vrouw werkt bij de overheid en weet ook niet zeker wat er met haar functie zal gebeuren.”

Het gras is niet altijd groener

Olivier heeft om zich heen gekeken naar andere banen, maar bij andere banken wilden ze zijn salaris niet evenaren. Ook zijn er steeds minder interessante vacatures en heeft hij meer concurrenten omdat veel collega’s ontslagen zijn. De afdeling van Olivier moet door reorganisaties met minder mensen precies hetzelfde werk doen, waardoor zijn werk inhoudelijk een stuk minder interessant is geworden.

Automatische piloot

”Ik ga nu op de automatische piloot naar mijn werk”, aldus Van Zilt. ”De financiële factor was altijd al mijn belangrijkste drijfveer. Nu het lastiger wordt om meer te gaan verdienen, is mijn motivatie weg. Dat geldt voor velen in mijn sector.” Vier jaar geleden had hij het nog wel aangedurfd om zijn baan op te zeggen, maar nu vindt hij een jaarcontract bij een nieuwe werkgever al te risicovol. Vooral vrouwen en werknemers boven de vijftig jaar merken dat de economische crisis toeslaat, blijkt uit een onderzoek onder dertigduizend respondenten in Nederland en Duitsland. Sinds 2009 zijn lonen bevroren, banen verdwenen en is de werkdruk gestegen omdat minder mensen hetzelfde werk moeten doen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat grote bedrijven en laaggeschoolde werknemers de crisis meer voelen dan het MKB en hoogopgeleide werknemers.

”Het is vooral crisis voor mensen die geen baan hebben”, stelt Paulien Osse, directeur van de Stichting Loonwijzer/Wage Indicator Foundation, actief in meer dan zestig landen. ”Voor veel anderen gaat het werk gewoon door en is er niet veel drama. Op een paar uitzonderingen na zijn de meeste mensen niet meer gaan verdienen. Dat zal in de toekomst ook niet zo zijn.”

Salarisverhoging

Marieke Henselmans, auteur van onder meer het boek ”Crisischecklist”, denkt ook dat alleen werklozen zich tijdens de crisis echt zorgen moeten maken. ”Als je kunt rondkomenvan wat je nu verdient, hoef je niet bang te zijn”, zegt ze. ”Mijn advies: zorg dat je je kunt redden met een wat lager inkomen en reserveer wat. Dan red je het zeker.”

Een salarisverhoging is niet per se nodig om je inkomsten te verhogen, legt Henselmans uit. ”Kijk bijvoorbeeld eens op de website www.rechtopgeld.nl. Je inkomen kan onnodig laag zijn doordat je bepaalde toeslagen of subsidies niet krijgt. Je vaste lasten moet je ook onder de loep nemen. Eén keer per jaar een middagje prijzen vergelijken kan honderden euro’s schelen. Het is tegenwoordig ook verstandig om je hypotheek deels af te lossen.”

Winst uit overtuiging

Als je werk kiest waar je hart naar uitgaat, komt de winst als vanzelf, is de overtuiging van Henselmans. En die winst hoeft niet per se geld te zijn. Wie leeft naar deze gedachte is Harold Robles (63), die als jongen van negen jaar al een groot bewonderaar was van Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer, die als arts onder meer ziekenhuizen opzette in Afrika. Het was Harolds levensmissie om in zijn voetsporen te treden.

Geen halve cent

Harold Robles deed – net als Schweitzer – als gezondheidswetenschapper heel veel liefdadigheidswerk en richtte onder meer het Medical Knowledge Institute (MKI) op dat medische kennis overdraagt aan Zuid-Afrikanen. ”Ik verdien hier geen halve cent mee en heb maar een klein pensioen. MKI wordt in Nederland geheel gerund door vrijwilligers”, vertelt hij.

”Ik werk vanuit de overtuiging dat wie goed doet, goed ontmoet. Volgens mij is dit juist de tijd om je voor anderen in te zetten, want voor velen is het altijd crisis.”

* De naam van Olivier van Zilt is gefingeerd om privéredenen.