Toon 0 resultaten

Technologische ontwikkelingen, zoals de opkomst van de sociale media en smartphones, veranderen het onderwijs ingrijpend. Studenten kunnen en moeten steeds mobieler, flexibeler, communicatiever, creatiever en ondernemender zijn.

In 1923 begonnen de eerste Nederlandse studenten met onderwijs op afstand. In 1953 gebruikten ze de bandrecorder om te leren en in 1988 verstuurden ze voor het eerst hun huiswerk per computer. Verder werd het internet begin jaren negentig nog nauwelijks gebruikt, dus de student op afstand had alleen zijn boeken met papieren pagina’s vol tekst met misschien af en toe een plaatje.

Dezelfde student zal straks zijn opleiding totaal anders beleven. Dan krijgt hij op zaterdagochtend een overhoring op zijn smartphone terwijl hij langs de lijn van het voetbalveld staat. Dan chat hij tijdens het koken met zijn medestudenten of volgt thuis op de bank een college dat aan de andere kant van de wereld wordt gegeven. Tijdens zijn stage frist hij zijn geheugen op door op zijn gms te kijken naar instructiefilmpjes die zijn docent hem mailt.

De deskundigen zijn het er allemaal over eens; door de opkomst van nieuwe technologie zal de combinatie van werk en studie met de jaren interactiever, makkelijker, leuker en praktischer bruikbaar worden.

Medestudent in Japan

“Het onderwijs moet mensen klaarstomen voor een arbeidsmarkt met meer flexibiliteit en mobiliteit”, vertelt Stephanie Ottenheijm, programmamanager bij Kennisnet, hét expertisecentrum voor ict in het onderwijs. “Vroeger was je voor samenwerking afhankelijk van wie bij je in de buurt zat, maar dankzij het internet kun je nu met iemand in Japan aan hetzelfde document werken of daar interactief een les volgen via een videoconference.” Met draadloos internet en de smartphone kan een student zijn lesstof, medestudenten en docenten, bij wijze van spreken, overal mee naartoe nemen.

“Toch zal het onderwijs nooit helemaal individueel worden omdat leren een sociale bezigheid is”, denkt Ottenheijm. “Het blijft belangrijk om in een groep onderwijs te volgen, zodat studenten iets kunnen opsteken van de feedback die andere studenten krijgen.”

Voor studenten die een opleiding op afstand volgen is de virtuele leeromgeving dus een prachtige oplossing en goede aanvulling van de lesstof. Feedback en communicatie tussen studenten en docenten kan dankzij de smartphone nu overal en altijd plaatsvinden, bijvoorbeeld via chat, sms, e-mail of de sociale media.

Net als gezamenlijk onderwijs zullen docenten in de toekomst evenmin verdwijnen. De rol van docenten zal echter wel veranderen door de technologische ontwikkeling. Zo zullen ze bijvoorbeeld makers worden van filmpjes, app’s en games. “Docenten zullen vertrouwd moeten raken met de smartphone, sociale media en nieuwe technieken zoals RSS, Google docs en augmented reality”, vertelt Mark Schoondorp van Winkwaves, een bureau voor social media en kennisbeoefening. “De inhoud van hun lessen zal op deze technieken moeten worden aangepast.”

Digitaal portfolio

Docenten zullen in de toekomst minder de nadruk leggen op de inhoud van het vak, maar juist meer op het leerproces zelf, ofwel het ”leren leren” en de mediawijsheid van hun studenten.

“Vroeger hadden docenten een monopolie op kennis, maar door de opkomst van het internet is dat veranderd”, vertelt Govert Gijsbers, innovatieonderzoeker bij onderzoeksbureau TNO. “De lerenden krijgen in de toekomst steeds meer controle over wat ze leren. Studenten zullen zelf steeds vaker hun eigen onderwijspakket samenstellen. Het onderwijs wordt dus persoonlijker en meer op maat. One size fits all gaat eruit.”

Piloot met vlieguren

Als leerlingen zelf hun eigen opleiding kunnen samenstellen, heeft dat natuurlijk gevolgen voor de certificaten en diploma’s. Een goede manier om dit probleem op te lossen, is het digitaal portfolio, waarin studenten een soort logboek bijhouden van wat ze concreet hebben gedaan, welke feedback ze hierbij kregen en welke resultaten zijn behaald.

“Net als een piloot die vlieguren schrijft, moeten studenten in hun digitaal portfolio ook een logboek bijhouden van hun opleiding”, vertelt Matthijs Leendertse, eveneens werkzaam bij TNO. “Bij een opleiding voor verpleegsters, bijvoorbeeld, zou je kunnen denken aan een softwareprogramma waarbij de begeleiders van deze verpleegsters kunnen aanvinken hoe vaak een bed is opgemaakt.” Terwijl het onderwijs zich enerzijds meer zal toespitsen op de individuele wensen van de student, zal anderzijds ook het projectmatig samenwerken in teams steeds gewoner zijn.

“Wat je nu al ziet, is dat leerlingen samenwerken in een groep om één vraagstuk op te lossen”, vertelt Ottenheijm. “Iedereen in de groep heeft weer andere kwaliteiten die ze hierbij inzetten; de één neemt het voortouw, de ander zoekt iets uit. Zo leren de studenten niet alleen de theorie, maar ook hoe die kennis in de praktijk kan worden toegepast.”

Ondernemerschap

Naast mobiliteit, team- en maatwerk, worden creativiteit en ondernemenschap belangrijker in het onderwijs van de toekomst. “In onze kenniseconomie wordt werken veel flexibeler dan in het industriële tijdperk, waarin het individu ondergeschikt was aan het productieproces van de instelling”, voorspelt Matthijs Leendertse van TNO. “Dat is de reden waarom creativiteit in de toekomst meer wordt beloond.”

Ook de manier waarop we leren zal veel creatiever, inspirerender en kleurrijker zijn doordat meer gewerkt wordt met film, beeld en geluid. Een plaatje zegt nou eenmaal meer dan duizend woorden of getallen. “Alles gaat meer richting beeld en geluid en dat geeft rijker onderwijs”, aldus Stephanie Ottenheijm van Kennisnet. “Bij het lezen van een boek heb je veel fantasie nodig om te bedenken hoe alles wat je leest, eruitziet. Als je informatie ook in beeld en geluid tot je krijgt, blijft alles veel beter hangen.”

Camera op de motorkap

Spelenderwijs leren zal in de toekomst ook vaker gebeuren met games, virtual en augmented reality. Met augmented reality kan een docent bijvoorbeeld buiten een tocht uitzetten, waarbij op de smartphone informatieve filmpjes verschijnen bij de locaties waar studenten langskomen. Als ze de camera van hun gsm bijvoorbeeld richten op een gebouw of de motorkap van een auto, verschijnt op hun schermpje de geschiedenis van het gebouw of een uitleg over welke bout van de motor waar zit. Het effect van deze manieren van leren is veel krachtiger dan als studenten achter een bureau een dik boek moeten lezen met alleen maar tekst en misschien af en toe een plaatje.