MBO Dierenartsassistent Paraveterinair
Vernieuwd!
Maak werk van je liefde voor dieren!

Als dierenartsassistent heb je een dankbaar beroep. Je helpt niet alleen bij het beter maken van dieren, ook heb je contact met hun baasjes. Ook zij moeten begeleid worden. Spreekt de combinatie werken met dieren en mensen je aan? Dan is de opleiding MBO Dierenartsassistent Paraveterinair een uitstekende keuze! Tijdens de opleiding leer je niet alleen de dierenarts te assisteren, ook leer je bijvoorbeeld hechtingen te verwijderen, nagels te knippen en wonden schoon te maken en te verbinden. Daarnaast raak je thuis in het verrichten van administratieve werkzaamheden, zoals het beheren van de receptie en het schrijven van rapporten!
De opleiding MBO Dierenartsassistent Paraveterinair is competentiegericht. Meer informatie over competentiegericht onderwijs vind je door op het logo rechtsboven te klikken.
Volg je op dit moment de eindtermgerichte opleiding MBO Vakbekaam medewerker dierverzorging of heb je deze opleiding net afgerond én wil je verder studeren voor dierenartsassistent? Kijk dan in de linkerbalk bij ‘Speciale uitzondering’.
Daarom kies je voor deze opleiding
- Inclusief 7 mondelinge lesdagen
- Dieren- én mensenwerk
- De enige afstandsopleiding op dit gebied
Voor wie is de opleiding MBO Dierenartsassistent Paraveterinair bestemd
De MBO-opleiding Dierenartsassistent Paraveterinair is bestemd voor iedereen die het leuk vindt om dieren beter te maken en de eigenaren van de dieren te begeleiden. Met dit erkende MBO-diploma kun je van je dierenliefde je werk maken!
Je einddoel
Met dit erkende MBO-diploma voldoe je aan de eisen van het Besluit Paraveterinairen. Dit betekent dat je mag gaan werken als Dierenartsassistent Paraveterinair. Na het behalen van het diploma kun je je inschrijven in het officiële register voor Paraveterinairen. Via dit register kan een dierenarts nagaan of iemand bevoegd is een bepaalde diergeneeskundige handeling te verrichten. Na afloop:
Weet je alles over het voeren en verzorgen van (gezelschaps)dieren.
Ben je op de hoogte van voortplanting bij dieren en weet je hoe je een geboorte van een dier begeleidt.
Weet je precies hoe het lichaam van een dier is opgebouwd.
Heb je geleerd hoe je ziektes kunt herkennen, voorkomen en behandelen.
Weet je alles over operatie-instrumenten en de hygiëne bij operaties.
Kun je diverse laboratoriumwerkzaamheden uitvoeren en kun je assisteren bij het verdoven van een dier en het maken en ontwikkelen van foto’s.
Kun je eerste hulp verlenen bij dieren.
Heb je geleerd hoe je omgaat met medicijnen en kun je diverse receptiewerkzaamheden uitvoeren.
Kun je o.a. Engels spreken en heb je geleerd hoe je met computers omgaat.
Kortom: na de cursus MBO Dierenartsassistent Paraveterinair heb je alle kennis opgedaan om als dierenartsassistent aan de slag te kunnen gaan!
Inhoud van de opleiding MBO Dierenartsassistent Paraveterinair
De opleiding bevat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte.
De opleiding start met 6 basismodules die voor elke competentiegerichte MBO-opleiding gelijk zijn:
Oriëntatiemodule
Je start de studie met de oriëntatiemodule. Tijdens deze module krijg je uitleg over studeren via afstandsonderwijs en competentiegericht onderwijs. Ook maak je kennis met het digitaal portfolio en krijg je inzicht in je eigen studievaardigheden.
ECDL
Met deze module ontwikkel je je computervaardigheden. Welke onderdelen van ECDL aan de orde komen, is afhankelijk van het vakgebied waarvoor je wordt opgeleid. In ieder geval worden de onderdelen Tekstverwerking, Spreadsheets/Excel en Informatie en communicatie behandeld. De module leidt op tot het Startdiploma Europees Computerrijbewijs (ECDL).
Leren Loopbaan Burgerschap (LLB)
De module LLB loopt door de gehele opleiding. Je geeft zelf sturing aan je studieontwikkeling en krijgt een persoonlijke coach met wie je je studievoortgang en loopbaanvraagstukken bespreekt. Daarnaast bevat deze module theoretische leerstof over politiek-juridische, economische en sociaal-maatschappelijke thema’s.
Nederlands
In deze module wordt geoefend met 5 taalvaardigheden: luisteren, lezen, spreken, schrijven en gesprekken voeren. Gedurende de gehele opleiding is er in verschillende oefenopdrachten en toetsmomenten aandacht voor je ontwikkeling in het op de juiste wijze toepassen van deze basisvaardigheden binnen zakelijke, Nederlandse communicatie.
Engels
In deze module wordt de grammatica en stijl van de Engelse taal behandeld en wordt geoefend met 5 vaardigheden: luisteren, lezen, spreken, schrijven en gesprekken voeren.
Rekenen
In deze theoretische module komen praktische rekenvaardigheden aan de orde. Je leert berekeningen uitvoeren en toepassen. Aan bod komen o.a. optellen, aftrekken, delen, vermenigvuldigen, percentages, promillages, tabellen, grafieken en formules.
Naast de basismodules, bestaat de theorie uit de volgende modules:
Voeren (gezelschaps)dieren
In deze module leer je vaststellen hoeveel voer en water een dier nodig heeft. Een essentiële voorwaarde om gezond te blijven! Je leert de leeftijd en het gewicht van een dier schatten en de conditie bepalen. Dit vertaal je naar de voedingsbehoefte. Ook leer je welke soorten voer er bestaan en welke voedingstoffen erin zitten. Bovendien leer je hóé je een dier eten geeft. Hoe benader je verschillende dieren bijvoorbeeld? Hoe houd je het vast? En voer je met de hand of automatisch? Bovendien is er aandacht voor de hygiënische aspecten bij het voeren van dieren. Tot slot wordt behandeld welke gevolgen verkeerd voeren kan hebben. Welke problemen kunnen ontstaan en hoe herken je deze?
Verzorgen (gezelschaps)dieren
Als je van dieren houdt, wil je natuurlijk zo goed mogelijk voor ze zorgen. In deze module leer je hoe je dat doet. Je leert over de huisvesting van verschillende diersoorten en het onderhoud van o.a. kooien, hokken en stallen. Ook leer je over de verschillende aspecten van de dagelijkse verzorging van dieren. Denk bijvoorbeeld aan het verzorgen van huid, vacht, nagels en gebit. Bovendien leer je hoe je zieke dieren verzorgt. Tot slot is er aandacht voor de regels, wetten en instanties waarmee je te maken krijgt als je dieren houdt en verzorgt.
Begeleiden voortplanting (gezelschaps)dieren
In deze module leer je meer over de voortplanting van verschillende diersoorten. Je leert hoe, wanneer en waar bepaalde dieren paren en wat de ideale omstandigheden zijn. Ook leer je hoe het zit met vruchtbaarheid en bevruchting. Bovendien is er aandacht voor genetica en erfelijkheid. Tot slot leer je de dracht en de geboorte begeleiden.
Anatomie, fysiologie en pathologie
Als dierenverzorger moet je goed kunnen inschatten wanneer een dier ziek is. Daarom leer je in deze module meer over de bouw van verschillende dieren (anatomie), de normale manier van functioneren (fysiologie) en verschillende ziektes die op kunnen treden (pathologie). Je leert o.a. over de bouw en werking van het zenuwstelsel, skelet en spieren, huid, zintuigen, spijsvertering, ademhaling en de geslachtsorganen. Ook leer je welke afwijkingen en ziektes er kunnen voorkomen. Je leert hoe ze ontstaan, wat de oorzaak kan zijn, wat de symptomen zijn (hoe herken je ze) en wat je moet doen als je problemen signaleert.
Instrumentenleer, desinfectie en pathologie
De instrumenten die je gebruikt tijdens het spreekuur en in de operatiekamer worden in deze module een voor een behandeld. Zowel de instrumenten voor gezelschapsdieren als die voor landbouwhuisdieren komen aan bod. Ook leer je hoe je het instrumentarium moet reinigen, desinfecteren, steriliseren en klaarleggen. En je leert meer over microbiologie, oftewel protozoën, bacteriën,virussen en parasieten die besmettelijke ziektes over kunnen brengen.
Algemene assistentie en ziekenverzorging
Allereerst leer je waarom hygiëne zo belangrijk is en hoe je deze voor, tijdens en na een operatie moet handhaven. Je leert hoe je een operatie voorbereidt, hoe je kunt assisteren tijdens de operatie en hoe je alles weer in orde brengt na de operatie. Verder wordt de administratie en communicatie binnen een dierenartspraktijk behandeld en leer je hoe je eenvoudig klinisch onderzoek uitvoert. Ook tandheelkunde en geboortezorg bij dieren komen aan de orde.
Zoötechniek en gezondheidsleer
In deze module leer je meer over de huisvesting van verschillende diersoorten en over de dagelijkse verzorging. Ook leer je over het gedrag van verschillende soorten. Wat is normaal gedrag, welke problemen kunnen er ontstaan en hoe ga je hiermee om? Bovendien is er aandacht voor ziekte bij dieren. Wanneer is een dier ziek en wat kan de ziekte veroorzaken? Je leert over de ziektes die voorkomen bij de verschillende diersoorten. Tot slot leer je meer over de verschillende rassen bij honden, katten, vogelsoorten en knaagdieren. Je leert ze herkennen en benoemen.
Laboratoriumwerkzaamheden
Laboratoriumonderzoek is een belangrijk hulpmiddel om de juiste diagnose te stellen, dieren kunnen tenslotte niet zelf vertellen waar ze pijn hebben en hoe ze zich voelen. Er zijn verschillende onderzoeken, die allemaal worden behandeld, urineonderzoek, bloedonderzoek, fecesonderzoek, onderzoek van huid, haar en nagels en onderzoek van melkmonsters.
Radiologie
Röntgenfoto’s maken is zeer gebruikelijk in een dierenartspraktijk. In deze module leer je hoe zo’n foto tot stand komt, hoe je kunt assisteren bij het maken en ontwikkelen van de foto’s en hoe je veilig omgaat met röntgenstraling. Ook andere vormen van radiologisch onderzoek, zoals echografie, worden behandeld.
Verlenen eerste hulp bij dieren/eerste hulp (paraveterinair)
Wanneer je een gewond dier wilt helpen, is het uitermate belangrijk om te weten hoe je dit moet doen. In deze module leer je wat je kunt en mag doen in verschillende situaties. Je leert hoe je je een beeld vormt van de toestand van het dier en van wat er gebeurd is. Ook leer je hoe je verschillende dieren benadert, ze indien nodig verplaatst en hoe je omgaat met agressieve of schuwe dieren. Je leert spoedeisende klachten en trauma’s herkennen en vervolgens handelen naar je bevindingen. Zo leer je beademen, hartmassage geven, bloedingen stelpen, verschillende soorten verband aanleggen en wonden behandelen. Tot slot leer je wat je moet doen bij oververhitting, verbranding of vergiftiging. Wat moet je doen en wat mag je juist niet doen?
Algemene en plaatselijke verdoving
Bij het opereren is het gebruikelijk om de patiënt te verdoven. Dit kan plaatselijk of algeheel gebeuren. In deze module leer je wat anesthesie is, wat de risico’s zijn en welke manieren er zijn om dieren te verdoven. Verder komen pijnbestrijding en euthanasie aan de orde.
Beheren medicijnen
In een dierenartspraktijk wordt veel gewerkt met diergeneesmiddelen. Om misbruik van bepaalde middelen te voorkomen en te zorgen voor een veilige omgeving zijn er bepaalde regels en wetten waar je mee te maken krijgt. In deze module leer je welke dat zijn en hoe je omgaat met medicijnen. De inrichting van de apotheek, voorraadbeheer, bewaarvoorschriften en het toedienen van diergeneesmiddelen komen uitgebreid aan bod.
Uitvoeren receptie
Het kan zijn dat je in je toekomstige werk ook werkzaamheden zult uitvoeren op de receptie. Denk bijvoorbeeld aan het beantwoorden van telefoontjes, het verzorgen van correspondentie, het voeren van de administratie en het ontvangen van bezoekers. Het is dan heel belangrijk dat je weet hoe je dit op een correcte manier doet. De receptioniste is vaak de eerste die men ziet of spreekt. Je bent daarmee het visitekaartje van de praktijk! Daarom leer je in deze module o.a. hoe je (verwijs)brieven en verklaringen opstelt, hoe je verschillende soorten telefoongesprekken afhandelt, hoe je informatie over patiënten zo opbergt dat alles gemakkelijk is terug te vinden en hoe je de agenda beheert.
Beroepspraktijkvorming
Een BPV maakt deel uit van de opleiding. Je doet gedurende minimaal 1280 uur (32 weken) praktijkervaring op bij een dierenartspraktijk die als erkende opleidingsplaats is opgenomen in het register van erkende leerbedrijven van Aequor. In overleg met het leerbedrijf kun je je BPV parttime of fulltime invullen.
Tijdens deze BPV pas je de geleerde theorie toe in de praktijk van je toekomstige beroep. Ook biedt de BPV je de mogelijkheid om bepaalde handelingen of taken te leren, die je alleen in de praktijk kunt opdoen. Bovendien geeft de BPV-periode je een heel goed beeld van de dagelijkse gang van zaken in je toekomstige beroep.
Het bedrijf waar je stage loopt, dient te zijn gevestigd in Nederland (de Waddeneilanden zijn uitgesloten) of het noorden van België. Neem bij twijfel contact op met de LOI.
Intensieve begeleiding
Tijdens de BPV word je intensief begeleid door een praktijkopleider. De praktijkopleider is een ervaren medewerker van het bedrijf waar je werkt, die meestal ook ervaring heeft met het begeleiden van stagiairs. Vanuit de LOI krijg je een praktijkbegeleider toegewezen. Hij of zij brengt een bezoek aan je werkplek, geeft jou en je praktijkopleider tussentijds feedback en adviezen en monitort de voortgang van de BPV.
Dankzij de intensieve begeleiding en het nauwe contact tussen je praktijkbegeleider en het bedrijf waar je stage loopt, ben je verzekerd van een goede aansluiting tussen je opleiding en je werkplek. Theorie en praktijk worden zo optimaal gecombineerd.
Aequor
Aequor is wettelijk verantwoordelijk voor de eindtermen van de MBO-opleidingen op het gebied van dierenzorg. Zo zorgt Aequor ervoor dat het middelbaar beroepsonderwijs aansluit op de behoeften van de praktijk. Ook stelt Aequor vast of bedrijven geschikt zijn als opleidingsbedrijf.
Praktijkboek
Aan het begin van je opleiding ontvang je een uitgebreid praktijkboek. Hierin vind je veel informatie, tips, praktijkopdrachten en de beoordelingsformulieren.
Zo vind je een BPV-plaats
Heb je bij de start van je studie een relevante baan en is het bedrijf waar je werkt opgenomen in het register van Aequor, dan kun je de praktijkopdrachten waarschijnlijk gewoon op je werkplek uitvoeren.
Heb je geen (relevante) baan, dan zul je een praktijkovereenkomst moeten aangaan met een leerbedrijf. Op www.aequor.nl en www.stagemarkt.nl vind je een lijst met leerbedrijven.
Inhoud BPV
Neem bij het begin van je studie het praktijkboek zorgvuldig door en bespreek met je werkgever of met het door jou gekozen leerbedrijf of de opdrachten uit het praktijkboek allemaal ter plekke kunnen worden uitgevoerd. Is dit niet het geval dan zul je die opdrachten alsnog ergens anders moeten uitvoeren, en wellicht is het dan zelfs handiger om een ander leerbedrijf te kiezen.
Start van de BPV
In principe kun je zelf bepalen wanneer je met je BPV begint. Wij adviseren je wel om een aantal modules af te ronden voordat je aan de BPV begint. Dit betekent niet dat je deze modules met een examen moet hebben afgerond; het gaat erom dat je de leerstof bestudeerd hebt en de oefen- en inzendopgaven hebt gemaakt.
Dit krijg je thuis
Je ontvangt speciaal ontwikkeld, losbladig lesmateriaal. Bovendien krijg je opbergmappen om je lesmateriaal overzichtelijk in op te bergen.
Wel adviseren we je om voor ongeveer € 22,– een verklarend medisch zakwoordenboekje te kopen. Bij de praktijklessen Laboratoriumwerk is het ter bescherming van je kleding en voor de veiligheid verplicht een witte jas te dragen (verkrijgbaar in iedere winkel voor bedrijfskleding).
Praktijkdagen
Bij deze opleiding horen zeven verplichte mondelinge lesdagen. Vijf praktijkdagen gaan over laboratoriumwerk en twee horen bij Verlenen eerste hulp bij dieren. Op de praktijkdagen gaat het in de eerste plaats om zelf oefenen en daarmee vormen de praktijkdagen ook een perfecte voorbereiding op het examen. Bij de praktijklessen Laboratoriumwerk is het ter bescherming van je kleding en voor de veiligheid verplicht een witte jas te dragen (verkrijgbaar in iedere winkel voor bedrijfskleding). De praktijkdagen vinden plaats in Utrecht. Aan het bijwonen van de praktijkdagen zijn geen extra kosten verbonden.
Examen
De examens worden tweemaal per jaar, in het voorjaar en najaar, afgenomen door de Examencommissie van het LOI MBO-college. Het examen staat onder toezicht van de Inspectie van het Onderwijs.
Je bepaalt zelf of je per module of combinatie van modules examen doet. Het examen is hoofdzakelijk schriftelijk met open en meerkeuzevragen. Bij een aantal van de modules geldt dat je in aanvulling op een schriftelijk examen ook praktijktoetsen uit de beroepspraktijkvorming met goed gevolg moet afleggen. Op het moment dat je aan alle eisen hebt voldaan die bij een module horen, krijg je een certificaat toegezonden.
Bij de module Computervaardigheden kun je zelf kiezen hoe je examen doet. Doe examen in een van de ECDL-testcentra of kies voor een open boek-examen.
Naast de praktijktoetsen, zoals ze bij de diverse modules worden afgenomen, dien je voor het examenvak "Beroepspraktijkvorming" aanvullende opdrachten in te sturen. Deze hebben te maken met je studievoortgang en je ontwikkeling tijdens de beroepspraktijkvorming. Het gaat hier om je vakinhoudelijke ontwikkeling, maar ook je werkhouding. Zodra de aanvullende opdrachten akkoord zijn bevonden, krijg je hiervoor eveneens een certificaat toegezonden.
Je kunt je diploma aanvragen als je alle certificaten hebt behaald en je beschikt over een verklaring waarin staat dat je de zeven verplichte praktijkdagen hebt bijgewoond.
Examenvakken
ECDL
Nederlands
Engels
Rekenen
Voeren (gezelschaps)dieren
Verzorgen (gezelschaps)dieren
Anatomie, fysiologie en pathologie
Instrumentenleer, desinfectie en pathologie
Algemene assistentie en ziekenverzorging
Zoötechniek en gezondheidsleer
Laboratoriumwerkzaamheden
Radiologie
Eerste hulp (paraveterinair)
Verlenen eerste hulp bij dieren
Algemene en plaatselijke verdoving
Beheren medicijnen
Moderne Vreemde Taal Engels A
Uitvoeren receptie
Beroepspraktijkvorming.
Examengeld
Het totale examengeld is afhankelijk van het aantal keren dat je examen doet en het aantal modules per examenmoment. Het examengeld van de LOI bedraagt per examenmoment € 50,– plus € 47,50 per module (2011). Doe je dus examen voor meerdere modules tegelijk, dan ben je voordeliger uit.
Let op: voor het onderdeel ECDL doe je per module examen bij een testcentrum bij jou in de buurt. Informatie over de ECDL-examens vind je op www.ecdl.nl.
Aanmelding
Tijdens je studie word je automatisch volledig en op tijd geïnformeerd over deelname aan de examens: waar, wanneer en hoe laat ze worden gehouden, hoeveel tijd je per onderdeel krijgt, hoe je je precies inschrijft. Van eventuele bijzonderheden word je eveneens op de hoogte gesteld.
Vrijstellingen
Als je eerder een opleiding hebt gevolgd binnen de kwalificatiestructuur Beroepsonderwijs van de WEB, dan kun je vrijstelling krijgen voor het daarmee overeenkomende examenonderdeel. Voorwaarde is dat je een certificaat behaald hebt waarvan de eindtermen overeenkomen met die van een module van de opleiding MBO Dierenartsassistent paraveterinair. In het overzicht staan alle vrijstellingen op een rij.
Denk je op grond van je vooropleiding, certificaten en/of diploma's, recht te hebben op vrijstelling voor één of meer modules, dan kun je een schriftelijk verzoek indienen bij de Toetsingscommissie van het LOI MBO-college. Stuur een kopie van het desbetreffende diploma of certificaat en een kopie van de cijferlijst mee. Stuur ook je cv en zoveel mogelijk informatie over de inhoud van de vakken op je cijferlijst mee (literatuur, eindtermen, etc.). Na beoordeling stelt de Toetsingscommissie vast of je al dan niet voor een vrijstelling in aanmerking komt.
Vooropleiding
Je hebt minimaal een VMBO-opleiding (voorheen LBO) met ten minste drie vakken op C-niveau. Of je hebt een MAVO-diploma of een VMBO-diploma van de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.
Ook is het mogelijk om op grond van relevante werkervaring toegelaten te worden. Stuur in dit geval een toelatingsverzoek in met daarbij je cv (met een beschrijving van je werkervaring), bewijzen van gevolgde opleidingen en werkgeversverklaring(en).
Ben je bij aanvang van de studie 21 jaar of ouder, dan kun je zonder meer worden toegelaten.
Schrijf je direct in voor de opleiding MBO Dierenartsassistent Paraveterinair
Inschrijven is heel eenvoudig. Vul gewoon het inschrijfformulier in. Als je je nu inschrijft kun je binnenkort al aan de slag. Doe het dus vandaag nog!
Nu inschrijven
Gratis studiegids
Gratis proefles